Is een thuisbatterij rendabel? Dit bepaalt het antwoord vanaf 2027

24-09-2026
Jos Hollestelle

Wie zijn cv-ketel vervangt door een warmtepomp of hybride systeem, kijkt vaak meteen verder: zonnepanelen, een laadpaal en steeds vaker een thuisbatterij. Van dat rijtje is de batterij de lastigste rekensom. Hij kost al snel een paar duizend euro, en wat hij oplevert hangt sterk af van je eigen huishouden.

Bij Eerlijk over Thuisbatterijen hebben we die som 384 keer gemaakt, voor 384 verschillende huishoudens. Hieronder lees je wat daaruit kwam en welke vier kenmerken het antwoord bepalen.

Het korte antwoord: met zonnepanelen is een thuisbatterij vanaf 1 januari 2027 in vrijwel elk huishouden rendabel. In alle 288 doorgerekende situaties met panelen verdient minstens één batterij zich binnen zijn levensduur terug. Na vijftien jaar houd je gemiddeld zo'n €3.400 over, met de aanschafprijs er al af. Zonder zonnepanelen is een batterij in geen enkele situatie rendabel. Wat het bij jou oplevert, reken je uit met de gratis rekentool van Eerlijk over Thuisbatterijen.

Waarom 2027 het omslagpunt is

Tot en met 31 december 2026 mag je salderen. De stroom die je overdag teruglevert, wordt tegen het volle tarief weggestreept tegen de stroom die je 's avonds uit het net haalt. Het net werkt dan als gratis opslag en een batterij voegt weinig toe. In onze berekeningen verdient onder de huidige regeling geen enkel model zich terug, tenzij je nu al terugleverkosten betaalt.

Op 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling. Voor teruggeleverde stroom krijg je daarna alleen nog een terugleververgoeding, die tot 2030 wettelijk minimaal de helft van de kale leveringsprijs moet zijn. Het verschil tussen wat je betaalt voor stroom uit het net en wat je krijgt voor stroom die je teruglevert, is precies wat een batterij verdient.

Op subsidie of een lagere btw hoef je daarbij niet te wachten. In de Miljoenennota 2027 van Prinsjesdag staat voor thuisbatterijen geen enkele maatregel.

De vier kenmerken die het verschil maken

We varieerden zes kenmerken van een huishouden en maten hoeveel elk ervan bijdraagt aan het verschil in uitkomst. Vier daarvan doen er echt toe.

1. Je energiecontract

Het soort contract weegt het zwaarst: het verklaart 42% van het verschil in wat je na vijftien jaar overhoudt. Met een vast contract houd je gemiddeld €2.098 over en verdien je de batterij in ongeveer zes jaar terug. Met een dynamisch contract, waarbij de batterij automatisch laadt op goedkope uren en ontlaadt op dure uren, is dat €4.696 in ruim vier jaar.

Dat voordeel is ook het onzekerste deel van de som. We rekenen met de werkelijke uurprijzen van 2025. Worden de prijsverschillen tussen goedkope en dure uren kleiner, bijvoorbeeld omdat meer huishoudens hetzelfde doen, dan krimpt de opbrengst mee.

2. Je jaarverbruik

Een batterij verdient pas geld op het moment dat je de opgeslagen stroom ook echt gebruikt. Daarom telt je jaarverbruik voor 17% mee. Een huishouden dat 9.000 kWh per jaar verbruikt, houdt na vijftien jaar gemiddeld €4.385 over. Bij 2.500 kWh is dat €2.253.

Voor wie van het gas af gaat, is dit het interessantste kenmerk. Een warmtepomp of elektrische auto verhoogt je stroomverbruik, en dat hogere verbruik maakt een batterij rendabeler. Het apparaat zelf maakt daarbij weinig uit: bij een gelijk jaarverbruik verklaart de aanwezigheid van een warmtepomp of auto maar 1,2% van het verschil. Een auto die 's avonds laadt, past nog iets beter bij een batterij dan een warmtepomp. Die draait vooral in de winter, wanneer er weinig zonnestroom op te slaan valt.

3. Het aantal zonnepanelen

Zonnepanelen verklaren 16% van het verschil en zijn tegelijk een harde voorwaarde. In alle 96 doorgerekende situaties zonder panelen sta je na vijftien jaar in de min, ook met een dynamisch contract. Met acht panelen is een batterij rendabel, met tweeëntwintig panelen levert hij meer op.

De ligging van je dak doet er veel minder toe. Panelen op oost en west leveren minder op dan panelen op zuid, en verspreiden hun opbrengst beter over de dag. Per saldo scheelt de dakligging gemiddeld €635 over vijftien jaar.

4. Je terugleververgoeding

Hoe meer je leverancier betaalt voor teruggeleverde stroom, hoe minder het oplevert om die stroom zelf te bewaren. Op het eindbedrag heeft dat weinig invloed, op de terugverdientijd wel. Bij het wettelijk minimum van €0,06 per kWh verdien je een batterij gemiddeld in 4,7 jaar terug, bij €0,10 duurt dat 5,5 jaar. Kies je na 2027 een nieuw contract, kijk dan ook naar dit getal. Een hoge vergoeding is gunstig voor je energierekening en maakt een batterij minder waard.

De batterij zelf telt ook mee

Naast je huishouden bepaalt de batterij die je kiest een groot deel van de uitkomst: de prijs per kWh opslag, het rendement bij laden en ontladen en het sluipverbruik als hij stilstaat. Groter is daarbij lang niet altijd beter. In onze doorrekening zakt het gemiddelde resultaat bij batterijen van meer dan 20 kWh zelfs onder nul, omdat een gewoon huishouden zo'n grote opslag zelden vol krijgt en leeg gebruikt.

Reken het na voor jouw situatie

De vier kenmerken geven een goede eerste indruk. Ongeveer een vijfde van het verschil komt uit het samenspel ertussen: een dynamisch contract levert bij veel panelen meer op dan bij weinig. Zulke combinaties vang je niet in een vuistregel.

Pak daarom je laatste jaarafrekening erbij en vul je gegevens in bij de rekentool van Eerlijk over Thuisbatterijen. Je ziet dan welke batterij bij jouw verbruik, panelen en contract past, wat hij na vijftien jaar oplevert en na hoeveel jaar je hem hebt terugverdiend. De tool is gratis, rekent met actuele winkelprijzen en verkoopt zelf geen batterijen.